ECLI:NL:CRVB:2011:BR6151
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vergoeding tandheelkundige vervolgbehandeling wegens onvoldoende onderbouwing
Appellante, erkend als burger-oorlogsslachtoffer, verzocht vergoeding voor een tandheelkundige vervolgbehandeling die geweigerd werd door verweerder op advies van een tandheelkundig adviseur. Deze adviseur oordeelde dat de nieuwe behandeling niet het gevolg was van het bruxisme dat verband houdt met de oorlogsschade. Appellante stelde dat de behandeling noodzakelijk was en dat haar gebitsproblemen wel degelijk voortkomen uit haar bruxisme.
De Raad concludeerde dat het standpunt van verweerder onvoldoende onderbouwd was en dat er onvoldoende informatie was ingewonnen bij de behandelend tandarts van appellante over de huidige gebitsproblemen en hun oorzaak. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de behandeling niet noodzakelijk was.
De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen drie maanden een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van vergoeding wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.