ECLI:NL:CRVB:2011:BR6180
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging persoonsgebonden budget wegens verblijf in het buitenland
Verzoekster, die sinds maart 2010 een persoonsgebonden budget (pgb) ontving op grond van de AWBZ, woont sinds augustus 2010 niet meer in Nederland maar in Zwitserland. Het Zorgkantoor beëindigde het pgb per 1 juni 2011 omdat verzoekster niet meer in Nederland woont en daardoor niet verzekerd is op grond van de AWBZ.
De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en de voorzieningenrechter heeft eerder een verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat verzoekster niet aannemelijk kon maken dat zij binnen een jaar terugkeert naar Nederland of dat zij op andere gronden verzekerd zou zijn. Verzoekster stelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte geen prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft gesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het spoedeisend belang wel aanwezig is vanwege dreigende huisuitzetting, maar dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die toewijzing rechtvaardigen. De vraag over prejudiciële verwijzing dient in de bodemprocedure te worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van het pgb wordt afgewezen omdat verzoekster niet tot de kring van verzekerden behoort.