ECLI:NL:CRVB:2011:BR6410
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Opschorting en intrekking bijstandsuitkering onrechtmatig wegens onvoldoende bewijs College
Verzoeker ontvangt sinds 2005 bijstand en werd in 2010 door het College verzocht bankafschriften te overleggen in het kader van een rechtmatigheidsonderzoek. Verzoeker leverde bankafschriften aan, maar maakte uitgaven onleesbaar. Het College schortte vervolgens de bijstand op en trok deze later in wegens het niet volledig aanleveren van gevraagde gegevens.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat verzoeker niet alle bankafschriften tijdig had overgelegd. Verzoeker stelde dat hij wel tijdig alle benodigde stukken had verstrekt. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College niet heeft bewezen dat de bankafschriften niet tijdig zijn ingediend, mede omdat de ontbrekende stukken zich in het dossier bevinden en de e-mail van verzoeker niet expliciet het tegendeel toont.
De Raad vernietigt het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank, herroept de opschortings- en intrekkingsbesluiten en veroordeelt het College in de proceskosten. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt gegrond verklaard en de besluiten tot opschorting en intrekking van de bijstand worden vernietigd.