ECLI:NL:CRVB:2011:BR6566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in AOW-zaak wegens overlijden appellant
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda inzake de herziening van zijn AOW-pensioen van ongehuwd naar gehuwd. De Sociale Verzekeringsbank had het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en te veel betaalde AOW teruggevorderd.
Tijdens de procedure informeerde de SVB de Raad dat appellant was overleden en dat zijn kinderen de nalatenschap hadden verworpen. Er waren geen andere erfgenamen die het hoger beroep hadden voortgezet. De Raad besloot daarom het onderzoek ter zitting achterwege te laten.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was omdat het belang bij voortzetting van het geding was komen te vervallen. De vordering van de SVB werd als oninbaar beschouwd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van appellant en het ontbreken van opvolgende erfgenamen.