ECLI:NL:CRVB:2011:BR6634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van toekenning huishoudelijke verzorging zonder extra tijd voor warme maaltijden of schoonmaaktoeslag
Appellante had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam over de omvang van haar huishoudelijke verzorging op grond van de Wmo. Het College kende haar aanvankelijk 3 uur per week toe, later 4,5 uur, zonder extra tijd voor het bereiden van warme maaltijden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en gaf appellante gelijk tegen het tweede besluit, waarbij 5 uur werd toegekend, maar zonder toeslag voor schoonmaak.
Appellante stelde in hoger beroep dat ook tijd voor het bereiden van warme maaltijden en een toeslag van 60 minuten per week vanwege haar astma en noodzaak tot frequent stofzuigen toegekend moesten worden. De Raad oordeelde dat het College terecht geen extra tijd voor warme maaltijden toekende, omdat kant-en-klare maaltijden en maaltijdbezorging als voorliggende voorzieningen beschikbaar zijn en appellante deze financieel kan dragen. Tevens ontbraken medische gegevens die een toeslag voor schoonmaak rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd uitgesproken op 17 augustus 2011 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij geen extra tijd voor warme maaltijden of schoonmaaktoeslag wordt toegekend.