ECLI:NL:CRVB:2011:BR6676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang in WAO-zaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht in een WAO-zaak. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarop appellant zich kon verenigen. Hierdoor bestond er geen inhoudelijk geschil meer dat door de Raad beslecht hoefde te worden.
De Raad besloot het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van procesbelang. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de gemaakte proceskosten en wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
De procedure kende meerdere stappen, waaronder een zitting, het heropenen van het onderzoek en het stellen van nadere vragen aan het UWV. Uiteindelijk werd het onderzoek gesloten zonder verdere zitting. De Raad verwees voor de wijze van rentevergoeding naar een eerdere uitspraak uit 1995.
De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade, in aanwezigheid van griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen, en op 2 september 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang; het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.