ECLI:NL:CRVB:2011:BR6792
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om overlegging bankafschriften geen besluit in zin Awb
Appellante heeft bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Amstelveen heeft haar bij brief verzocht om bankafschriften van haar minderjarige kinderen te overleggen en een decoder mee te nemen om eigen bankafschriften te kunnen printen. Appellante maakte bezwaar tegen dit verzoek, stellende dat dit verzoek een besluit met rechtsgevolgen betreft.
Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het verzoek geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep betoogde appellante dat het verzoek wel degelijk een besluit is omdat het gericht is op het verkrijgen van gegevens voor de definitieve vaststelling van haar vermogen en daarmee op rechtsgevolg.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzoek niet kan worden aangemerkt als een publiekrechtelijke rechtshandeling en dus geen besluit is zoals bedoeld in artikel 1:3 Awb Pro. Het feit dat het College met het verzoek gegevens wil verkrijgen voor de vaststelling van het recht op bijstand maakt dit niet anders. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om bankafschriften te overleggen is geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard en het hoger beroep wordt afgewezen.