ECLI:NL:CRVB:2011:BR7113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken inlichtingen tijdens verblijf buiten gemeente
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Maastricht besloot de bijstand op te schorten en later in te trekken omdat appellanten het Statusformulier over januari 2009 niet hadden ingediend en niet voldoende informatie verstrekten over hun verblijf buiten Maastricht en hun bestaansmiddelen.
Appellanten waren tijdelijk buiten de provincie Limburg geplaatst op last van het openbaar ministerie in het kader van een getuigenbeschermingsprogramma. Zij konden daardoor het Statusformulier niet tijdig indienen. De Raad oordeelde dat appellanten dit niet kan worden verweten en dat zij niet schuldig zijn aan het niet nakomen van de inlichtingenplicht in februari 2009.
Echter, voor de periode van 1 januari tot 20 april 2009 heeft het College terecht vastgesteld dat appellanten geen inzicht hebben gegeven in hun inkomsten en kosten van levensonderhoud. De Raad vond dat appellanten wel feitelijke mededelingen hadden kunnen doen over hun huisvesting, verstrekte maaltijden en eventuele vergoedingen, maar dit niet hebben gedaan.
Daarom was het College bevoegd om de bijstand in te trekken vanaf 1 januari 2009. Het hoger beroep slaagt niet en de uitspraak van de rechtbank Maastricht wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens het niet verstrekken van noodzakelijke inlichtingen over het verblijf buiten Maastricht en de bestaansmiddelen.