ECLI:NL:CRVB:2011:BS1146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens vervallen procesbelang bij vergoeding bezwaar kosten
Appellant heeft bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam nam de aanvraag niet in behandeling, waarna appellant bezwaar maakte en vergoeding van de kosten van bezwaar vorderde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde het College tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Appellant richt zich in hoger beroep tegen het nalaten van de rechtbank om het College te veroordelen tot vergoeding van de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar heeft gemaakt. Het College vergoedde deze kosten alsnog bij besluit van 4 april 2011, maar keerde de vergoeding uit aan de gemachtigde van appellant en stelde niet de betalingstermijn vast.
De Raad stelt vast dat door deze vergoeding het procesbelang van appellant in hoger beroep is komen te vervallen, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk is. Het beroep tegen het besluit van 4 april 2011 wordt ongegrond verklaard. De Raad veroordeelt het College in de proceskosten van appellant in hoger beroep en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na vergoeding van de bezwaar kosten door het College.