ECLI:NL:CRVB:2011:BS8883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- H. Bolt
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door verzwijgen strafrechtelijke veroordeling
Appellant verzocht om een WW-uitkering, die door het UWV werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. De reden was dat appellant tegenover zijn werkgever een recente strafrechtelijke veroordeling had verzwegen, ondanks een uitdrukkelijke vraag hierover tijdens een gesprek.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat het verzwijgen van de veroordeling een vertrouwensbreuk vormde die het ontslag op staande voet rechtvaardigde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de werkgever al op de hoogte was van de veroordeling en dat het ontslag was ingegeven door zijn kritische houding, maar deze stellingen werden niet onderbouwd.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde dat het UWV terecht uitging van de feiten zoals vastgesteld door de kantonrechter en dat een aanvullend onderzoek niet noodzakelijk was. Het nalaten van openheid door appellant was verwijtbaar gezien de aard van de werkzaamheden en de expliciete vraag van de werkgever.
De Raad wees ook het bezwaar af dat het UWV de werkgever had moeten bevragen en bevestigde dat het bestreden besluit rechtmatig is. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 14 september 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door het verzwijgen van een strafrechtelijke veroordeling.