ECLI:NL:CRVB:2011:BS8926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en exploitatie hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage had de bijstand ingetrokken over de periode van 15 maart 2005 tot en met 20 december 2005 vanwege de exploitatie van een hennepkwekerij en de schending van de inlichtingenverplichting. Tevens werd een maatregel opgelegd in de vorm van een verlaging van de bijstand met 30% over januari 2006.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij geen inkomsten had genoten uit de hennepkwekerij en dat de intrekking en terugvordering daarom niet terecht waren. De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering, maar dat de motivering van de aanvangsdatum van de exploitatie onzorgvuldig was. Daarom vernietigde de Raad het besluit voor het deel van de periode van 15 maart 2005 tot en met 19 december 2005 en stelde het College in de gelegenheid een nieuw besluit te nemen.
Het College nam vervolgens een nieuw besluit waarbij de intrekking werd beperkt tot de periode van 24 mei 2005 tot en met 19 december 2005 en de terugvordering werd aangepast. De Raad bevestigde dat de verlaging van de bijstand met 30% wegens schending van de inlichtingenverplichting in stand blijft, omdat de ernst van de gedraging en de omstandigheden van appellant dit rechtvaardigen. Tevens veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Besluit tot intrekking en terugvordering deels vernietigd, verlaging bijstand met 30% bevestigd.