ECLI:NL:CRVB:2011:BS8943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- C. van Viegen
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing AOW-pensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellanten, gehuwd en beiden AOW-gerechtigd, ontvingen aanvankelijk een AOW-pensioen naar de gehuwdennorm. Na meldingen dat zij niet langer een gezamenlijke huishouding voerden, kende de Sociale Verzekeringsbank (Svb) hen vanaf maart 2004 een AOW-pensioen toe volgens de ongehuwdennorm, uitgaande van duurzaam gescheiden leven.
De Svb voerde een controleonderzoek uit waarbij huisbezoeken en buurtonderzoeken plaatsvonden. De sociale recherche constateerde dat appellanten vermoedelijk niet duurzaam gescheiden leefden, onder meer omdat een bedrijfsauto van appellant bij het adres van appellante werd gezien en buurtbewoners verklaarden dat zij samen op vakantie gingen. Appellanten verschenen niet op uitnodigingen voor gesprekken en gaven onvoldoende informatie om het vermoeden te ontzenuwen.
De Svb schortte daarom de uitbetaling van het AOW-pensioen naar de ongehuwdennorm op en keerde het pensioen uit volgens de gehuwdennorm. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en wees hun verzoek om schadevergoeding af. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken, oordeelt dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij duurzaam gescheiden leven en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De schorsing van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm wordt bevestigd wegens onvoldoende bewijs van duurzaam gescheiden leven.