ECLI:NL:CRVB:2011:BT1556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Geen benadelingshandeling bij beëindiging dienstverband tijdens ziekte in Employability-traject
Appellante was sinds 1987 in dienst bij ABN/AMRO Bank en werd in 2006 overtollig verklaard vanwege een reorganisatie. De werkgever plaatste haar in het Employability Center met een keuzemogelijkheid voor vrijwillig vertrek of begeleiding met uitzicht op beëindiging van het dienstverband na maximaal 18 maanden indien geen passende functie werd gevonden.
Appellante koos voor begeleiding en werd ziek op 21 mei 2007. Op 29 oktober 2007 stemde zij in met een beëindigingsovereenkomst per 7 maart 2008. Het UWV weigerde een Ziektewetuitkering wegens een vermeende benadelingshandeling omdat de instemming met beëindiging tijdens ziekte zou zijn gegeven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beëindigingsovereenkomst een bevestiging was van de eerder gemaakte afspraak uit 2006 en niet leidde tot een benadelingshandeling. De Raad vernietigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het UWV heeft ten onrechte de Ziektewetuitkering geweigerd wegens een vermeende benadelingshandeling; het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.