ECLI:NL:CRVB:2011:BT1737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens onvoldoende toename beperkingen
Appellante, die eerder een WAO-uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid, werd per 20 juni 2005 als geschikt beschouwd voor bepaalde functies en kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken. Na meerdere ziekmeldingen met klachten zoals epileptische aanvallen en psychische problemen, werd haar op 30 juni 2008 een Ziektewetuitkering geweigerd. Het UWV baseerde dit op een medisch onderzoek dat haar geschikt achtte voor de functies van productiemedewerker industrie, medewerker tuinbouw, sorteerder en productiemedewerker papier.
Appellante betwistte dit oordeel en bracht medische stukken in, stellende dat haar beperkingen waren toegenomen. De Raad oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische rapportages van de bezwaarverzekeringsarts geen aanleiding gaven om eerdere conclusies te herzien. De medische informatie toonde geen wezenlijke toename van beperkingen aan, en de diagnose epilepsie leidde niet tot een andere beoordeling.
De Raad concludeerde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat haar beperkingen sinds 20 juni 2005 waren toegenomen en bevestigde het besluit van de rechtbank om het beroep ongegrond te verklaren. Ook werden andere door appellante aangevoerde besluiten op grond van andere wetgeving niet relevant geacht voor de beoordeling van de Ziektewetuitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens onvoldoende toename van beperkingen.