ECLI:NL:CRVB:2011:BT1747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- H. Bolt
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, die een WW-uitkering ontving, meldde zich ziek wegens verergering van de ziekte van Crohn. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde zowel een WIA- als een Ziektewetuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellant geschikt werd geacht voor ten minste één gangbare functie.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV zijn belastbaarheid had overschat en dat hij niet in staat was tot het verrichten van de geduide functies. De Raad overwoog dat onder 'zijn arbeid' in de Ziektewet de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid wordt verstaan, tenzij de verzekerde na de maximale ziekengeldtermijn blijvend ongeschikt is voor die arbeid en niet is hervat, dan geldt gangbare arbeid.
De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de rechtbank en bevestigde dat appellant geschikt is voor ten minste één functie zoals vastgesteld in de WIA-beoordeling. Er werden geen nieuwe medische gegevens overgelegd die tot een ander oordeel zouden leiden. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; appellant heeft geen recht op WIA- of Ziektewetuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.