ECLI:NL:CRVB:2011:BT1767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- C.W.J. Schoor
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderbijslag voor uitwonende dochter wegens onvoldoende onderhoudsbijdrage
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor zijn uitwonende dochter, die sinds 1996 in een pleeggezin verbleef. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende de uitkering toe vanaf het vierde kwartaal 2007, maar trok deze later in vanwege onvoldoende onderhoudsbijdrage.
Appellant voerde aan dat hij door psychische problemen van zijn echtgenote, eigen medische problemen, taalbarrières en onbekendheid met regelgeving niet in staat was zijn belangen te behartigen en dat de terugwerkende kracht van de uitkering vijf jaar zou moeten zijn. Hij bracht medische stukken in en stelde dat hij verschoonbare onbekendheid had.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant zijn stellingen onvoldoende onderbouwde en er geen sprake was van een bijzonder geval. De Raad overwoog dat appellant de bewijslast had en dat uit de stukken bleek dat hij hulp van derden kon inroepen. Ook was appellant bekend of had hij kunnen zijn met zijn recht op kinderbijslag.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd.