ECLI:NL:CRVB:2011:BT1777

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-70 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbArt. 6:15 AwbAlgemene nabestaandenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet tijdige indiening bezwaarschrift nabestaandenuitkering

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om haar een nabestaandenuitkering toe te kennen op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Het bezwaar werd door de Svb afgewezen bij besluit van 5 april 2004. Appellante diende haar bezwaarschrift echter pas op 25 januari 2005 in, ruim na het verstrijken van de beroepstermijn die liep tot 17 mei 2004.

De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend en dat er geen verschoonbare omstandigheden waren die het verzuim konden rechtvaardigen. Appellante voerde aan dat zij problemen had met de Nederlandse taal en dat poststukken niet altijd gestempeld waren, maar dit werd niet als voldoende reden erkend. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en wees erop dat appellante tijdig een voorlopig beroepschrift had kunnen indienen.

Omdat het beroepschrift niet ontvankelijk werd verklaard, kon de Raad niet inhoudelijk op de grieven van appellante ingaan. Er werd ook geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het hoger beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift zonder verschoonbare omstandigheden.

Uitspraak

11/70 ANW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (Marokko) (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 november 2010, 09/380
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 16 september 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2011. Appellante is, zoals aangekondigd, niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.C. Bakker.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 5 april 2004 (het bestreden besluit) heeft de Svb - beslissend op bezwaar - gehandhaafd zijn besluit van 8 januari 2004, waarbij geweigerd is aan appellante een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (Anw) toe te kennen.
2.1. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit
niet-ontvankelijk verklaard.
2.2. De rechtbank heeft vastgesteld dat het bestreden besluit op 5 april 2004 aan appellante is toegezonden en dat de beroepstermijn derhalve is aangevangen op 6 april 2004 en geëindigd op 17 mei 2004. Het bezwaarschrift van appellante, gedateerd 11 januari 2005, is op 25 januari 2005 door de Svb ontvangen. Vervolgens heeft de Svb op 27 januari 2009 met toepassing van artikel 6:15, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het bezwaarschrift ter behandeling als beroepschrift doorgezonden naar de rechtbank. Het beroepschrift is ook na het einde van de beroepstermijn ter post bezorgd, zoals blijkt uit het door de Marokkaanse posterijen op 12 januari 2005 geplaatste poststempel op de envelop. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroepschrift dan ook niet tijdig ingediend. Voorts is overwogen dat niet is gebleken van omstandigheden als bedoeld in artikel 6:11 van Pro de Awb, op grond waarvan kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Voor zover appellante heeft willen betogen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht, omdat zij het bestreden besluit in de Nederlandse taal heeft toegezonden gekregen en zij deze taal niet machtig is, overweegt de rechtbank dat dit niet voldoende grond vormt om te oordelen dat appellante niet in verzuim is geweest. Appellante had zich immers tot een tolk of andere (rechts)hulpverlener kunnen wenden om duidelijkheid te verkrijgen over de inhoud van het besluit. Evenmin levert een verschoonbare reden voor de niet tijdige indiening op dat appellante geen juridische kennis heeft. Het is de verantwoordelijkheid van appellante om tijdig (juridische) hulp in te schakelen.
3. In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat zij problemen heeft met de Nederlandse taal en dat enveloppen van de Svb vaak niet zijn gestempeld waardoor niet is vast te stellen wanneer deze zijn gepost.
4.1. De Raad overweegt het volgende.
4.2. De Raad stelt voorop dat appellante de ontvangst van het bestreden besluit niet heeft ontkend. Met het oordeel van de rechtbank kan de Raad zich verenigen. Hieraan voegt de Raad nog toe, dat appellante ter sauvering van de beroepstermijn een voorlopig beroepschrift per post of per fax had kunnen (laten) indienen. Hetgeen door appellante in hoger beroep naar voren is gebracht heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen brengen.
4.3. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan de Raad niet toekomen aan een beoordeling van de inhoudelijke grieven die appellante heeft aangevoerd tegen het bestreden besluit.
4.4. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 september 2011.
(get.) J.P.M. Zeijen.
(get.) H.L. Schoor.
JL