ECLI:NL:CRVB:2011:BT1777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet tijdige indiening bezwaarschrift nabestaandenuitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om haar een nabestaandenuitkering toe te kennen op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Het bezwaar werd door de Svb afgewezen bij besluit van 5 april 2004. Appellante diende haar bezwaarschrift echter pas op 25 januari 2005 in, ruim na het verstrijken van de beroepstermijn die liep tot 17 mei 2004.
De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend en dat er geen verschoonbare omstandigheden waren die het verzuim konden rechtvaardigen. Appellante voerde aan dat zij problemen had met de Nederlandse taal en dat poststukken niet altijd gestempeld waren, maar dit werd niet als voldoende reden erkend. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en wees erop dat appellante tijdig een voorlopig beroepschrift had kunnen indienen.
Omdat het beroepschrift niet ontvankelijk werd verklaard, kon de Raad niet inhoudelijk op de grieven van appellante ingaan. Er werd ook geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het hoger beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift zonder verschoonbare omstandigheden.