ECLI:NL:CRVB:2011:BT1789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 17 juni 2009 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het UWV baseerde dit op een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de resultaten juist waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer beperkt was dan in de rapportages was weergegeven en dat er discrepanties waren tussen verschillende medische rapporten. Hij stelde ook dat het onwaarschijnlijk was dat hij plotseling volledig arbeidsgeschikt zou zijn zonder begeleiding. De Raad overwoog dat voor twijfel aan de juistheid van medische beoordelingen een rapport van een regulier medicus noodzakelijk is en dat appellant onvoldoende onderbouwing had geleverd om de rapportages aan te tasten.
De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat het onderzoek zorgvuldig was en de rapportages consistent en concluderend waren. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. De Raad bevestigde daarmee het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en juist is uitgevoerd.