ECLI:NL:CRVB:2011:BT1794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, voormalig chauffeur zwaar transport bij Defensie, viel uit wegens whiplashklachten na een ongeval in 2006. Na de wachttijd werd zij medisch onderzocht door een verzekeringsarts die beperkingen vaststelde in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Een arbeidsdeskundige concludeerde dat zij niet geschikt was voor haar eigen werk maar wel voor vijf andere functies, wat resulteerde in een arbeidsongeschiktheidspercentage onder 35%. Het Uwv weigerde daarom een WIA-uitkering.
Op bezwaar stelde een bezwaarverzekeringsarts dat appellante meer beperkingen had dan aanvankelijk aangenomen, wat leidde tot aanpassing van de FML. Een bezwaararbeidsdeskundige vond dat twee van de vijf functies niet geschikt waren, maar de resterende drie wel, met een arbeidsongeschiktheid onder 35%. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
In beroep bracht appellante aanvullende medische informatie in van haar neuroloog en kapitein-arts, en een beroepskeuzeonderzoek. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen niet waren onderschat, mede omdat de klachten niet op objectieve afwijkingen berusten. Ook achtte de Raad de geselecteerde functies passend binnen haar belastbaarheid.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen. De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van het Uwv dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering.