ECLI:NL:CRVB:2011:BT1794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het recht op WIA-uitkering na ongeval en medisch onderzoek
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van appellante, die als gevolg van een ongeval op 19 juni 2006 met whiplashklachten niet meer in staat was om haar werk als chauffeur zwaar transport uit te oefenen. Na afloop van de wachttijd heeft een verzekeringsarts haar medisch onderzocht en vastgesteld dat zij niet geschikt is voor fysiek en mentaal belastende arbeid. De verzekeringsarts heeft beperkingen vastgesteld die zijn vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante niet meer geschikt was voor haar eigen werk, maar nog wel voor andere functies, wat leidde tot een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Het Uwv heeft daarop besloten dat appellante geen recht had op een WIA-uitkering.
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, waarbij een bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige betrokken zijn geweest. De bezwaarverzekeringsarts kwam tot de conclusie dat appellante meer beperkingen had dan eerder aangenomen, maar de bezwaararbeidsdeskundige concludeerde dat de geselecteerde functies nog steeds geschikt waren. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard, wat leidde tot het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep heeft appellante opnieuw haar standpunten herhaald en aanvullende medische informatie ingebracht. De Raad heeft de medische rapporten en de argumenten van appellante beoordeeld en kwam tot de conclusie dat de bezwaarverzekeringsarts een zorgvuldig onderzoek heeft uitgevoerd. De Raad oordeelde dat de medische component van het bestreden besluit op goede gronden berustte en dat de geselecteerde functies niet in strijd waren met de belastbaarheid van appellante. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.