ECLI:NL:CRVB:2011:BT1994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-uitkering wegens ontbreken verzekeringsgeschiedenis in Nederland
Appellant, woonachtig in Marokko, verzocht in 2007 om een AOW-uitkering. Hij stelde dat hij tussen 1966 en 1970 in Nederland had gewoond en gewerkt, maar kon dit niet met voldoende bewijs onderbouwen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat niet was vastgesteld dat appellant verzekerd was geweest onder de AOW.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat hij in Amsterdam en Rotterdam had gewerkt en overhandigde enkele documenten en getuigenverklaringen. De Svb verrichtte aanvullend onderzoek bij gemeentelijke registers en pensioenfondsen, maar vond geen bewijs van verzekeringsplicht of ingezetenschap. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij in Nederland woonde of werkte binnen de kring van verzekerden. De getuigenverklaringen werden onvoldoende geacht zonder aanvullende bewijsstukken. De Raad zag geen aanleiding om het besluit te vernietigen of nader onderzoek te gelasten en bevestigde daarmee de weigering van de AOW-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de AOW-uitkering wegens het ontbreken van bewijs van verzekeringsgeschiedenis in Nederland.