ECLI:NL:CRVB:2011:BT2078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig aanleveren inkomstenformulier
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd geconfronteerd met een besluit tot intrekking van zijn bijstand per 1 mei 2008 omdat hij het inkomstenformulier over die maand niet binnen de gestelde termijn had verstrekt. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam had dit besluit genomen na een voorafgaande opschorting en zijn bezwaar ongegrond verklaard.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij vanwege medische en sociale omstandigheden niet in staat was het formulier tijdig aan te leveren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant deze omstandigheden niet met objectiveerbare en verifieerbare stukken had onderbouwd. Bovendien bleek uit zijn eigen verklaring dat hij in de veronderstelling verkeerde dat het formulier al was ingeleverd, wat het verzuim verklaart.
De Raad concludeerde dat het verwijt van het niet tijdig aanleveren van het formulier terecht bij appellant ligt en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet tijdig aanleveren van het inkomstenformulier wordt bevestigd.