ECLI:NL:CRVB:2011:BT2078

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4659 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 lid 4 WWB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig aanleveren inkomstenformulier

Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd geconfronteerd met een besluit tot intrekking van zijn bijstand per 1 mei 2008 omdat hij het inkomstenformulier over die maand niet binnen de gestelde termijn had verstrekt. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam had dit besluit genomen na een voorafgaande opschorting en zijn bezwaar ongegrond verklaard.

Appellant stelde in hoger beroep dat hij vanwege medische en sociale omstandigheden niet in staat was het formulier tijdig aan te leveren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant deze omstandigheden niet met objectiveerbare en verifieerbare stukken had onderbouwd. Bovendien bleek uit zijn eigen verklaring dat hij in de veronderstelling verkeerde dat het formulier al was ingeleverd, wat het verzuim verklaart.

De Raad concludeerde dat het verwijt van het niet tijdig aanleveren van het formulier terecht bij appellant ligt en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet tijdig aanleveren van het inkomstenformulier wordt bevestigd.

Uitspraak

09/4659 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 juli 2009, 08/5191 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)
Datum uitspraak: 20 september 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. J.G. Wattilete, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 augustus 2011. Appellant is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. A.A. Brouwer, werkzaam bij de gemeente Amsterdam.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant ontving bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB), sinds
1 november 2007 naar de norm voor een alleenstaande ouder.
1.2. Bij besluit van 14 juli 2008 heeft het College, na een voorafgaande opschorting, met toepassing van artikel 54, vierde lid, van de WWB de bijstand van appellant met ingang van 1 mei 2008 ingetrokken op de grond dat appellant het inkomstenformulier over de maand mei 2008 niet binnen de gestelde termijn heeft toegezonden en evenmin heeft gereageerd op het verzoek om contact op te nemen.
1.3. Bij besluit van 18 november 2008 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 14 juli 2008 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 18 november 2008 ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hierbij heeft appellant aangevoerd dat hem niet kan worden verweten dat hij heeft verzuimd om het inkomstenformulier over de maand mei 2008 binnen de daartoe gestelde termijn te verstrekken, nu hij vanwege medische en sociale omstandigheden daartoe buiten staat was.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Aan de orde is uitsluitend de vraag of appellant een verwijt kan worden gemaakt van het feit dat hij het inkomstenformulier over de maand mei 2008 niet binnen de daartoe gestelde termijn aan het College heeft verstrekt.
4.2. De stelling van appellant dat hem hiervan, gelet op zijn medische en sociale omstandigheden, geen verwijt kan worden gemaakt, kan de Raad niet onderschrijven. Appellant heeft zijn stelling niet met objectiveerbare en verifieerbare stukken onderbouwd. Hiernaast acht de Raad van belang dat appellant in zijn (aanvullend) bezwaarschrift van 16 oktober 2008 heeft aangevoerd dat hij niet heeft gereageerd op het verzoek om contact op te nemen omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat het inkomstenformulier over de maand mei 2008 reeds door de DWI was ontvangen. Dit wijst erop dat de oorzaak van het verzuim niet is gelegen in de medische en sociale omstandigheden van appellant, maar in de onjuiste veronderstelling dat het inkomstenformulier reeds was ingeleverd. Deze onjuiste veronderstelling dient voor rekening en risico van appellant te blijven.
4.3. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 september 2011.
(get.) E.J.M. Heijs.
(get.) I. Mos.
HD