ECLI:NL:CRVB:2011:BT2294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens arbeidsgeschiktheid
Appellant meldde zich op 4 mei 2008 ziek met diverse klachten en ontving een Ziektewetuitkering vanaf 5 mei 2008. Na medisch onderzoek op 6 oktober 2008 werd hij per 8 oktober 2008 volledig arbeidsgeschikt verklaard, waarna het UWV zijn ziekengeld beëindigde. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde de besluiten vanwege onvoldoende motivering, waarna het UWV een nieuwe beoordeling deed met een gedetailleerde werkomschrijving van de functies.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond en oordeelde dat appellant geschikt was voor zijn werk. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege rugklachten, stress en medische beperkingen niet geschikt was, maar bracht geen medische onderbouwing mee. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De Raad concludeerde dat appellant per 8 oktober 2008 in staat was zijn eigen werk te verrichten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 21 september 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd per 8 oktober 2008.