ECLI:NL:CRVB:2011:BT2296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek zonder onderschatting van beperkingen
Appellant, die ziekengeld ontving, werd door het UWV per 1 juni 2010 geschikt verklaard voor arbeid na medisch onderzoek. Het UWV beëindigde daarop het ziekengeld, omdat appellant niet langer arbeidsongeschikt was volgens de Wet Ziektewet. Appellant voerde aan dat zijn psychische beperkingen waren onderschat, maar leverde geen nieuwe medische informatie ter onderbouwing.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd. De rapporten in het dossier waren deels tegenstrijdig en ouder dan de datum van beoordeling, waardoor geen aanleiding bestond het oordeel van het UWV te herzien.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak en stelde dat het UWV op juiste gronden het ziekengeld had beëindigd. De Raad vond geen aanwijzingen dat de medische beperkingen van appellant waren onderschat en wees het hoger beroep af. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ziekengeld is terecht per 1 juni 2010 beëindigd.