ECLI:NL:CRVB:2011:BT2319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid heffing Zvw-bijdrage bij verdragsgerechtigde woonachtig in Zweden
Betrokkene, woonachtig in Zweden en gerechtigd tot een Nederlands pensioen, werd door het College voor Zorgverzekeringen (Cvz) als verdragsgerechtigde aangemerkt en verplicht tot het betalen van een bijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Betrokkene stelde bezwaar omdat hij in Zweden via belastingbetaling al bijdroeg aan de zorgverzekering en meende dat dubbele heffing plaatsvond.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad verwees naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Van Delft e.a., waarin werd geoordeeld dat het recht op vrij verkeer niet garandeert dat sociale zekerheid bij verplaatsing naar een andere lidstaat neutraal is, zolang er geen betaling zonder recht op prestaties plaatsvindt.
De Raad oordeelde dat de regeling in artikel 28 bis Pro van Verordening 1408/71 ervoor zorgt dat lidstaten met een ingezetenenstelsel niet worden benadeeld en dat Nederland op grond van artikel 33 bevoegd Pro is om premie te heffen. De financiering van zorg in Zweden uit algemene middelen is een interne aangelegenheid en leidt niet tot schending van het recht op vrij verkeer. De Raad concludeerde dat Cvz terecht de Zvw-bijdrage heeft geheven en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het College voor Zorgverzekeringen terecht een Zvw-bijdrage heeft geheven van betrokkene woonachtig in Zweden.