ECLI:NL:CRVB:2011:BT2328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 20 oktober 2007 geen recht heeft op een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit.
Appellant voerde aan dat zijn psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen. De Raad overwoog echter dat de medische gegevens en rapportages, waaronder die van een psychiater en verzekeringsartsen, geen aanwijzingen bevatten voor een psychiatrische stoornis die tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid zou leiden. De klachten van appellant, waaronder hoofdpijn en pijn in de linker lichaamshelft, konden niet objectief worden vastgesteld als beperkingen die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
De Raad concludeerde dat de functies die appellant kon vervullen zijn belastbaarheid niet te boven gingen en dat het verlies aan verdienvermogen minder dan 35% bedroeg. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.