ECLI:NL:CRVB:2011:BT2331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, die sinds een auto-ongeval in 1993 arbeidsongeschikt was, kreeg een WAO-uitkering toegekend. Na hervatting van werkzaamheden en een periode van ziekte, besloot het UWV de uitkering in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn psychische en rugklachten onvoldoende waren meegewogen en dat de functies niet passend waren.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. Ook de arbeidskundige beoordeling van de functies was voldoende onderbouwd. De Raad concludeerde dat appellant voldoet aan de opleidingseis en dat de functies passend zijn, waardoor de mate van arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 15% is vastgesteld.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.