ECLI:NL:CRVB:2011:BT2460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Ziektewetuitkering wegens niet-zwangerschapsgerelateerde arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als thuiszorgverlener en ontving na haar zwangerschap een Ziektewetuitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde op basis van medische rapportages dat haar arbeidsongeschiktheid niet voortvloeit uit zwangerschap of bevalling, maar uit andere lichamelijke en psychische klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de bezwaarverzekeringsarts voldoende had onderbouwd dat de klachten niet direct verband houden met de zwangerschap of bevalling. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij het voordeel van de twijfel zou moeten krijgen, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank.
De Raad concludeerde dat de klachten te aspecifiek zijn en geen relatie hebben met het mechanische proces van bevalling. Ook psychische klachten werden toegeschreven aan een aanpassingsstoornis door een life event, niet aan zwangerschap of bevalling. Zonder nieuwe medische gegevens werd het standpunt van appellante verworpen en de verlaging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de Ziektewetuitkering naar 70% van het dagloon wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid niet het gevolg is van zwangerschap of bevalling.