ECLI:NL:CRVB:2011:BT2526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een WAO-zaak tegen het UWV. Tijdens de procedure benoemde de Raad een deskundige en werd een rapport uitgebracht. Het UWV nam vervolgens een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij geheel aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten en reiskosten.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in bezwaar kan worden veroordeeld in de proceskosten. De reeds gemaakte kosten in bezwaar waren al vergoed door het UWV, zodat alleen de kosten in beroep en hoger beroep nog ter beoordeling stonden.
De Raad begrootte de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht op € 644 voor beroep en € 805 voor hoger beroep. Daarnaast werden de reiskosten voor het bezoeken van de deskundige vastgesteld op € 28,36. Het griffierecht viel buiten deze veroordeling. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van in totaal € 1477,36 aan appellant.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1477,36 aan proceskosten en reiskosten aan appellant.