ECLI:NL:CRVB:2011:BT2526

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5207 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een WAO-zaak tegen het UWV. Tijdens de procedure benoemde de Raad een deskundige en werd een rapport uitgebracht. Het UWV nam vervolgens een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij geheel aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten en reiskosten.

De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in bezwaar kan worden veroordeeld in de proceskosten. De reeds gemaakte kosten in bezwaar waren al vergoed door het UWV, zodat alleen de kosten in beroep en hoger beroep nog ter beoordeling stonden.

De Raad begrootte de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht op € 644 voor beroep en € 805 voor hoger beroep. Daarnaast werden de reiskosten voor het bezoeken van de deskundige vastgesteld op € 28,36. Het griffierecht viel buiten deze veroordeling. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van in totaal € 1477,36 aan appellant.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1477,36 aan proceskosten en reiskosten aan appellant.

Uitspraak

09/5207 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 juli 2009, 09/87 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 21 september 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. L.N. Foppen, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het onderzoek heeft op een regiezitting van 29 maart 2010 plaatsgevonden.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst en de internist dr. Th.M. Erwteman tot deskundige benoemd. Deze heeft op 3 augustus 2010 een rapport uitgebracht.
Desgevraagd is aan partijen verzocht een reactie te geven op voornoemd rapport.
Het Uwv heeft op 22 maart 2011 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 20 april 2011 heeft mr. C. Brouwer-Morren namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten alsmede een vergoeding van de reiskosten van appellant voor het bezoeken van de door de Raad ingeschakelde deskundige dr. Erwteman te Amsterdam.
Het Uwv heeft bij brief van 27 juni 2011 de Raad bericht dat zij zich refereren aan het oordeel van de Raad inzake het verzoek om vergoeding van proceskosten.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 22 maart 2011 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoet gekomen.
Aangezien het Uwv in de beslissing op bezwaar van 22 maart 2011 al heeft besloten tot vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten staan de Raad nog ter beoordeling de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten.
De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 805,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Daarnaast komen voor vergoeding in aanmerking de reiskosten die appellant voor het bezoeken van de door de Raad ingeschakelde deskundige dr. Erwteman heeft moeten maken. De Raad stelt het bedrag dat appellant redelijkerwijs aan reiskosten heeft moeten maken, uitgaande van de huidige tarieven van openbaar vervoer, vast op € 28,36.
Voor het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1477,36.
Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van C. Tersteeg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 september 2011.
(get.) B.M. van Dun.
(get.) C. Tersteeg.