ECLI:NL:CRVB:2011:BT2538

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-19 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep AOW

Appellant stelde beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake AOW, waarbij het beroep ongegrond werd verklaard. Pas in hoger beroep overhandigde appellant de ontbrekende gegevens die nodig waren voor de vaststelling van het recht op AOW. De Sociale verzekeringsbank (Svb) nam daarop een nieuwe beslissing op bezwaar, die volledig tegemoet kwam aan het beroep van appellant. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener in de kosten kan worden veroordeeld indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen. Echter, de Raad volgde de Svb in haar verweer dat appellant de gevraagde informatie niet tijdig had verstrekt, waardoor de procedures bij rechtbank en Raad onnodig waren.

De Raad concludeerde dat de kosten die appellant maakte niet redelijkerwijs noodzakelijk waren, aangezien de procedures vermeden hadden kunnen worden als de gegevens eerder waren verstrekt. Daarom wees de Raad het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat appellant de benodigde gegevens niet tijdig heeft verstrekt.

Uitspraak

11/19 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 december 2010, 10/199 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna Svb)
Datum uitspraak: 23 september 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. B.J.M. de Leest, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
De Svb heeft op 23 maart 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 22 april 2011 is namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de Svb te veroordelen in de proceskosten.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Artikel 8:75, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat de rechtbank bij uitsluiting bevoegd is een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank, en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken omdat met de nieuwe beslissing op bezwaar van 23 maart 2011 de Svb volledig aan zijn beroep is tegemoetgekomen.
De Svb voert in verweer aan dat voor een vergoeding van de door appellant gemaakte kosten in beroep en hoger beroep geen aanleiding bestaat, nu de reden voor de afwijzing van de aanvraag was dat appellant niet de vereiste informatie had verstrekt die nodig was om het recht op AOW vast te stellen. Eerst in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak, waarbij het beroep ongegrond is verklaard, heeft appellant de ontbrekende gegevens overgelegd.
De Raad volgt de Svb in dit verweer en merkt daarbij nog op dat, indien appellant de gevraagde gegevens vóór het aanhangig maken van het beroep en hoger beroep had overgelegd, de procedures bij de rechtbank Amsterdam en de Raad niet hadden behoeven te worden gevoerd.
Van de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep heeft gemaakt, kan dan ook niet worden gezegd dat hij deze redelijkerwijs heeft moeten maken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 september 2011.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.