ECLI:NL:CRVB:2011:BT2538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep AOW
Appellant stelde beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake AOW, waarbij het beroep ongegrond werd verklaard. Pas in hoger beroep overhandigde appellant de ontbrekende gegevens die nodig waren voor de vaststelling van het recht op AOW. De Sociale verzekeringsbank (Svb) nam daarop een nieuwe beslissing op bezwaar, die volledig tegemoet kwam aan het beroep van appellant. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener in de kosten kan worden veroordeeld indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen. Echter, de Raad volgde de Svb in haar verweer dat appellant de gevraagde informatie niet tijdig had verstrekt, waardoor de procedures bij rechtbank en Raad onnodig waren.
De Raad concludeerde dat de kosten die appellant maakte niet redelijkerwijs noodzakelijk waren, aangezien de procedures vermeden hadden kunnen worden als de gegevens eerder waren verstrekt. Daarom wees de Raad het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat appellant de benodigde gegevens niet tijdig heeft verstrekt.