ECLI:NL:CRVB:2011:BT2595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en maatmanloon op wettelijk minimumloon
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht die het besluit van het UWV handhaafde dat appellant met ingang van 31 december 2008 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering.
De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard wegens het ontbreken van de wettelijke grondslag in het besluit voor het maatmanloon, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten omdat de medische en arbeidskundige beoordeling de weigering rechtvaardigde.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij meer beperkingen had dan in de Functionele Mogelijkheden Lijst waren opgenomen en overhandigde medische verklaringen van specialisten. De Raad overwoog echter dat deze nadere medische stukken niet tot twijfel leidden aan de juiste medische grondslag van het besluit op de datum in geding.
Ook het maatmanloon werd terecht vastgesteld op het wettelijk minimumloon, mede omdat appellant niet had aangetoond recht te hebben op een hogere loongerelateerde uitkering. De Raad zag geen aanleiding voor benoeming van een deskundige en wees het hoger beroep af, bevestigde de aangevallen uitspraak en zag geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en het maatmanloon op het wettelijk minimumloon.