ECLI:NL:CRVB:2011:BT2617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WIA-uitkeringsweigering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd wegens gehoorproblemen en tinnitus, maar het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank benoemde een onafhankelijke kno-arts als deskundige, die een lichte urenbeperking van 5% adviseerde. Het UWV en de rechtbank vonden dit voldoende onderbouwd en verklaarden het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten een grotere beperking veroorzaken, onder meer door slechte nachtrust en ongeschikte werkomstandigheden. De Raad volgde echter het oordeel van de onafhankelijke deskundige en het UWV, omdat appellant zijn stellingen niet met relevante medisch-objectieve gegevens onderbouwde. Ook de door appellant ingebrachte verklaringen van specialisten boden onvoldoende aanknopingspunten.
De Raad oordeelde dat de functies waarop het UWV de arbeidsmogelijkheden baseerde passend zijn, ondanks een geringe overschrijding van de maximale uren volgens de voorgestelde beperking. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing van een grotere arbeidsbeperking.