ECLI:NL:CRVB:2011:BT2623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Ontslag van beroepsmilitair wegens wangedrag na vechtpartij op festival
Appellant, sinds 2000 beroepsmilitair bij de Koninklijke Marine, was op 21 juni 2009 betrokken bij een vechtpartij op een festival in zijn woonplaats. Hij sloeg een persoon met een gebalde vuist in het gezicht en schopte deze, nadat hij op de grond lag, twee keer tegen het hoofd. Dit werd aangemerkt als wangedrag.
De minister verleende ontslag op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder l, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR). Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het handhavingsbesluit ongegrond en het beroep tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het ontslag terecht is gegeven. Hoewel appellant in hoger beroep vrijgesproken is van poging tot doodslag, is hij wel veroordeeld voor poging tot zware mishandeling, wat een ernstige misdraging vormt. Van een militair mag worden verwacht dat hij zich in lastige situaties kan beheersen en de-escalerend optreedt. Appellant reageerde echter met geweld en toonde geen zorg voor het slachtoffer na het incident.
De Raad vindt het ontslag niet onevenredig en bevestigt de eerdere uitspraak. Tevens wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het ontslag van de beroepsmilitair wegens wangedrag wordt bevestigd.