ECLI:NL:CRVB:2011:BT2632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaald wachtgeld na verhoging WAO-uitkering
Appellante ontving wachtgeld na haar ontslag in 2000 en een WAO-uitkering van 45-55%. Na een hartinfarct werd haar WAO-uitkering per 26 november 2005 verhoogd naar 80-100% arbeidsongeschiktheid. Hierdoor verviel haar recht op wachtgeld vanaf die datum. De minister beëindigde het wachtgeld en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de terugvordering ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Raad dit oordeel. Appellante had redelijkerwijs moeten begrijpen dat zij vanaf 26 november 2005 geen recht meer had op wachtgeld en had dit tijdig moeten melden. De stelling dat de minister op de hoogte was via het UWV faalt, omdat er geen gegevensuitwisseling plaatsvond.
De Raad overweegt dat terugvordering van onverschuldigde betalingen mogelijk is binnen twee jaar nadat de onverschuldigdheid duidelijk was, of vijf jaar bij schuld van de betrokkene. De teruggevorderde bedragen zijn niet hoger dan de compensatie uit de WAO-uitkering. De beslissing van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaald wachtgeld en wijst het hoger beroep af.