ECLI:NL:CRVB:2011:BT2780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen indicatiebesluit Wet op de jeugdzorg wegens ontbreken instemming gezagsouder
Appellant, vader van een minderjarige die bij zijn moeder woont, verzocht Bureau Jeugdzorg (Bjz) om een indicatie te stellen voor observatiediagnostiek. Bjz weigerde dit omdat de moeder, die het gezag heeft, niet instemde met het onderzoek. Appellant ging in bezwaar en beroep tegen deze weigering. De kinderrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat het beroep onontvankelijk is omdat het beroep onjuist bij de kinderrechter als bestuursrechter is ingediend zonder dat de bezwaarprocedure was doorlopen. De brief van appellant werd ten onrechte als bezwaarschrift opgevat terwijl geen aanvraag voor een indicatiebesluit was gedaan. Daarnaast stelt de Raad vast dat op grond van artikel 7 lid 3 Wjz Pro de instemming van de gezagsouder vereist is voor het stellen van een indicatie bij een minderjarige onder twaalf jaar. Omdat de moeder niet instemde, kan de gevraagde indicatie niet worden toegekend.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak, verklaart het beroep niet-ontvankelijk en beveelt doorzending van het bezwaarschrift naar Bjz. Tevens veroordeelt de Raad Bjz tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van instemming van de gezagsouder en onjuiste indiening bij de kinderrechter als bestuursrechter.