ECLI:NL:CRVB:2011:BT2789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorziening stalling driewielfiets wegens ontbreken noodzaak
Appellant, met een neurologische aandoening die hemiplegie veroorzaakt, vroeg het College om een voorziening voor het stallen van zijn driewielfiets in de vorm van een berging aan de voorzijde van het kantoor van zijn vader. Het College wees dit verzoek af omdat de driewielfiets met een goed slot buiten op het trottoir kan worden gestald en er geen rechtstreeks verband is met het verminderen van de beperkingen van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat de stalling van een driewielfiets als algemeen gebruikelijk kan worden aangemerkt, waarvoor appellant zelf verantwoordelijk is. Ook stelde de rechtbank dat het niet kunnen stallen door een verbouwing voor rekening en risico van appellant komt.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank haar bevoegdheid te buiten ging, dat er sprake was van vooringenomenheid en dat het onderscheid tussen scootmobielen en driewielfietsen willekeurig was. De Centrale Raad van Beroep volgde deze argumenten niet en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het verzoek om schadevergoeding en proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorziening voor de stalling van de driewielfiets wordt afgewezen wegens het ontbreken van noodzaak.