ECLI:NL:CRVB:2011:BT6093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens inkomsten uit arbeid
Appellante ontving bijstand over verschillende periodes en werd onderzocht nadat een melding werd gedaan dat zij poetswerk verrichtte zonder dit te melden. Sociale recherche voerde onderzoek uit, waarbij verklaringen van betrokkenen en verhoren van appellante werden vastgelegd. Het College besloot de bijstand te herzien en terug te vorderen wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de verklaringen van de familie D.-J. betrouwbaarder waren dan die van appellante. Appellante stelde in hoger beroep dat zij slechts 17 weken in 2007 had gewerkt in plaats van 35 weken, en overhandigde een nieuwe verklaring van de familie D.-J.
De Raad oordeelt dat de eerdere verklaringen van de familie D.-J. doorslaggevend zijn en dat appellante onvoldoende heeft aangetoond waarom deze verklaringen zouden moeten worden herzien. Omdat appellante geen getuigen heeft opgeroepen of nieuwe verklaringen heeft laten afleggen, wordt het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand bevestigd.