ECLI:NL:CRVB:2011:BT6545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAZ-uitkering directeur-grootaandeelhouder na loonverlaging niet onterecht
Appellant, directeur-grootaandeelhouder van een bouwbedrijf, ontving sinds 2001 een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling stelde het UWV vast dat appellant geschikt was voor aangepaste werkzaamheden en trok de uitkering per 1 juli 2006 in. Appellant maakte bezwaar tegen deze beëindiging en de wijze van loonbepaling, met name tegen het niet meer meenemen van een sociaal looncomponent en tegen de gehanteerde maatmanomvang.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege het niet in acht nemen van een uitlooptermijn, maar oordeelde dat bij een dga geen sociaal loon kan worden aangenomen en dat de loonverlaging per 1 januari 2007 niet relevant is voor de WAZ-uitkering. Het UWV stelde vervolgens de beëindiging van de uitkering definitief vast per 1 juli 2007.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten, maar de Raad overwoog dat het UWV terecht is uitgegaan van het feitelijk verdiende loon vóór de loonverlaging, aangezien de verlaging het gevolg was van een eigen besluit van appellant om zijn salaris-winstverhouding te wijzigen en niet van toegenomen beperkingen. De Raad bevestigde het besluit tot beëindiging van de WAZ-uitkering per 1 juli 2007 en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WAZ-uitkering per 1 juli 2007.