ECLI:NL:CRVB:2011:BT6574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verrekening partnerinkomen bij bijstand zonder aftrek studiekosten
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wijzigde de bijstand met ingang van 6 februari 2007, waarbij het inkomen van de partner, bestaande uit loon en studiefinanciering, werd verrekend met de bijstand van appellant. Appellant voerde bezwaar aan tegen deze verrekening, stellende dat geen rekening werd gehouden met de studiekosten van zijn partner, wat volgens hem onredelijk was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat artikel 32, derde lid, WWB een dwingendrechtelijke bepaling is die geen ruimte laat om studiekosten van de partner in mindering te brengen bij de verrekening van diens inkomen. Tevens wees de Raad op artikel 33, tweede lid, WWB, dat het inkomen uit studiefinanciering meeneemt naar het normbedrag voor levensonderhoud, waarbij tegemoetkomingen voor directe studiekosten buiten beschouwing blijven.
De Raad concludeerde dat het College redelijk heeft gehandeld binnen zijn bevoegdheid en dat er geen sprake is van onredelijke hardheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verrekening van het partnerinkomen zonder aftrek studiekosten bevestigd.