ECLI:NL:CRVB:2011:BT6692
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving aanvankelijk een WAO-uitkering wegens psychische klachten en bewegingsapparaatproblemen, die in 2006 werd ingetrokken. In 2006 meldde appellant zich arbeidsongeschikt vanwege toegenomen psychische klachten en hartkloppingen. Het UWV weigerde een WIA-uitkering per 15 december 2008, stellende dat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en dat appellant geschikt was voor passende functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het UWV terecht geen toename van arbeidsongeschiktheid had vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten en hartritmestoornissen waren toegenomen, waardoor hij niet geschikt zou zijn voor de voorgestelde functies.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en geen toename van objectieve beperkingen kon worden vastgesteld. De medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV werd onderschreven. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid.