ECLI:NL:CRVB:2011:BT6761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over Ziektewet- en WIA-uitkering wegens onjuiste vaststelling arbeidsongeschiktheid
Appellant meldde zich ziek met slaapapneu en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend. De verzekeringsarts stelde een doorlopende arbeidsongeschiktheid vast vanaf 26 januari 2009, waardoor het UWV de maximale uitkeringsduur op 30 mei 2009 stelde en de WIA-uitkering per die datum liet ingaan.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij zich op 26 januari 2009 hersteld had gemeld en dat er sprake was van een periode van arbeidsgeschiktheid van minimaal vier weken. De Raad oordeelde dat het UWV ten onrechte uitging van doorlopende arbeidsongeschiktheid en dat de feitelijke grondslag ondeugdelijk was. Hierdoor was de maximale duur van de Ziektewetuitkering niet bereikt op 30 mei 2009 en was er sprake van een nieuwe periode van ziekengeld tussen 26 januari en 4 juni 2009.
De Raad vernietigde de besluiten van het UWV over de Ziektewet- en WIA-uitkeringen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak benadrukt het belang van een juiste vaststelling van arbeidsongeschiktheid en de gevolgen daarvan voor uitkeringsduur en ingangsdatum.
Uitkomst: De besluiten van het UWV over Ziektewet- en WIA-uitkeringen worden vernietigd vanwege onjuiste vaststelling van arbeidsongeschiktheid.