ECLI:NL:CRVB:2011:BT6791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke en rechterlijke fase
Betrokkene heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De procedure heeft in totaal zes en een half jaar geduurd, waarbij de redelijke termijn met twee en een half jaar is overschreden.
De Raad heeft vastgesteld dat de overschrijding zowel in de bestuurlijke als in de rechterlijke fase heeft plaatsgevonden. De Staat erkende een immateriële schadevergoeding van € 500,- toe te kennen, terwijl de directeur-generaal een bedrag van € 2.000,- aanbood. Betrokkene stemde in met deze verdeling.
De Raad veroordeelde de Staat en de directeur-generaal tot betaling van respectievelijk € 500,- en € 2.000,- aan betrokkene, evenals tot betaling van de proceskosten van € 655,50, te verdelen tussen beide partijen. De uitspraak werd gedaan door rechter M.C. Bruning op 29 september 2011.
Uitkomst: De Staat en de directeur-generaal zijn veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.