ECLI:NL:CRVB:2011:BT6800
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning oorlogsgetroffene op grond van Wubo wegens ontbreken directe betrokkenheid
Appellante, geboren in 1941 in voormalig Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als oorlogsgetroffene op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), gebaseerd op gezondheidsklachten door oorlogservaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af wegens het ontbreken van objectieve bevestiging van de gestelde oorlogservaringen en omdat deze niet onder de werking van de Wubo vallen. Het beroep tegen deze afwijzing werd behandeld door de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat er geen bewijs was voor tegen appellante gericht geweld door pemoeda’s, dat de vlucht naar Semarang niet onder levensbedreigende omstandigheden plaatsvond en dat algemene oorlogsomstandigheden zoals angst en bedreiging niet kwalificeren als calamiteiten in de zin van de Wubo. Directe, persoonlijke betrokkenheid bij de in de wet omschreven gebeurtenissen ontbrak.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. De Raad achtte geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot erkenning als oorlogsgetroffene wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van directe persoonlijke betrokkenheid.