ECLI:NL:CRVB:2011:BT6829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling militaire invaliditeitspensioen bij psychische aandoeningen van beroepsmilitair
Appellant, een voormalig beroepsmilitair die sinds 1995 in dienst was en in 1999 wegens medische ongeschiktheid werd ontslagen, vordert een hogere mate van invaliditeit toegekend te krijgen. Na diverse medische onderzoeken, waaronder een Militair Geneeskundig Onderzoek (MGO) in 2000 en een aanvullend onderzoek in 2006, werd vastgesteld dat appellant een partiële posttraumatische stressstoornis (PTSS) had met oorzakelijk dienstverband, maar dat andere psychische aandoeningen niet aan de militaire dienst gerelateerd waren.
De rechtbank had het eerdere besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarna appellant een invaliditeitspensioen van 10% werd toegekend met ingang van 26 april 2001. Appellant betwist deze mate van invaliditeit en voert aan dat zijn psychische klachten het gevolg zijn van zijn dienst, waaronder uitzending naar Bosnië.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen medische gegevens zijn die het standpunt van appellant ondersteunen dat de mate van invaliditeit is onderschat. De Raad sluit zich aan bij de rechtbank dat alleen de PTSS met dienstverband is vastgesteld en dat andere stoornissen niet aan de dienst zijn toe te schrijven. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot toekenning van een militair invaliditeitspensioen van 10% wordt bevestigd.