ECLI:NL:CRVB:2011:BT6933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- E.E.V. Lenos
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens niet tijdig heropening
Appellant ontving sinds 1998 een WAO-uitkering, die het UWV bij besluit van 20 oktober 2006 per 1 juni 2006 introk wegens het niet nakomen van verplichtingen, met name het niet verschijnen bij de verzekeringsarts. Appellant vroeg in 2008 heropening van de uitkering, die door het UWV per 17 juli 2008 werd toegekend. Appellant stelde dat de heropening eerder had moeten plaatsvinden, namelijk per 1 juni 2006 of subsidiair per 18 april 2008, de datum van zijn detentieontslag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit van 20 oktober 2006 in rechte onaantastbaar was geworden. De bezwaarverzekeringsarts De Vink concludeerde dat appellant ondanks forse beperkingen niet buiten staat was om eerder een verzoek tot heropening in te dienen. De Raad onderschreef deze bevindingen en vond dat het UWV het beleid op consistente wijze had toegepast.
De Raad overwoog dat het verzoek tot heropening als een verzoek tot terugkomen op een onaantastbaar besluit moest worden gezien, waarvoor nieuwe feiten of omstandigheden vereist zijn. Deze waren niet gesteld. Het beleid van het UWV, neergelegd in de Beleidsregels 2006, werd als buitenwettelijk begunstigend beleid terughoudend getoetst en bleek consistent toegepast. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 1 juni 2006 wordt bevestigd en het verzoek tot eerdere heropening afgewezen.