ECLI:NL:CRVB:2011:BT6940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- B.M. van Dun
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij schadevergoeding WIA-uitkering
Appellant viel vanaf 22 januari 2007 uit als huismeester en vroeg op 30 september 2008 een WIA-uitkering aan. Het UWV verlengde vanwege niet-nakoming van re-integratieverplichtingen door de werkgever de loondoorbetalingsverplichting en schortte de WIA-aanvraag op. Later verkortte het UWV deze loondoorbetalingsperiode.
Appellant verzocht om schadevergoeding wegens twee maanden zonder inkomen door onzorgvuldige UWV-handelwijze. Het UWV kende wettelijke rente toe maar wees overige schadevergoeding af. Bezwaar en beroep hiertegen werden ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de besluiten niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel belang had bij vergoeding van schade en proceskosten. De Raad oordeelde dat het verzoek om schadevergoeding onherroepelijk was beslist en appellant daarom geen procesbelang meer had.
Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.