ECLI:NL:CRVB:2011:BT6969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep tegen het besluit van het UWV tot herziening van zijn WAO-uitkering ongegrond verklaarde. Het UWV had de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 45 tot 55% per 29 augustus 2009.
De Raad heeft het hoger beroep beperkt tot de geschilpunten over het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, de aangenomen beperkingen en de passendheid van de functie met sbc-code 267050. Uit het dossier blijkt dat appellant niet is verschenen bij de zitting en geen aanvullende medische stukken heeft ingebracht ter onderbouwing van zijn stellingen.
Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek door verzekeringsarts Njoo, inclusief anamnese, lichamelijk en psychisch onderzoek, en de daarop gebaseerde Functionele Mogelijkheden Lijst, is door de Raad als zorgvuldig en conform de vereisten beoordeeld. De bezwaarverzekeringsarts heeft zich kunnen verenigen met dit oordeel. De Raad heeft geen aanwijzingen gevonden die de stellingen van appellant ondersteunen dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn belastbaarheid.
Ook de passendheid van de functie wikkelaar is overtuigend gemotiveerd door de bezwaararbeidsdeskundige. Gelet op deze overwegingen is het hoger beroep ongegrond en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.