ECLI:NL:CRVB:2011:BT6970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken duidelijke arbeidsbeperkingen op 1 februari 2002
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om haar een Wajong-uitkering toe te kennen per 1 februari 2002, de dag waarop zij 18 jaar werd. Na medische beoordeling in twee instanties stelde het Uwv vast dat appellante mogelijk wel klachten had, maar geen duidelijke beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid.
In hoger beroep verwees appellante naar een brief van haar psychiater uit 2010, die stelde dat het onaannemelijk was dat zij tot 2002 geen beperkingen had. De Raad sloot zich echter aan bij de reactie van de bezwaarverzekeringsarts, die oordeelde dat appellante niet had aangetoond dat zij op of na 1 februari 2002 beperkingen ondervond die in de Functionele Mogelijkhedenlijst hadden moeten worden opgenomen.
Daarnaast werd meegewogen dat niet alle medische gegevens van voor en rond de datum in geding beschikbaar waren, maar dat dit risico voor appellante kwam omdat zij pas in 2008 een aanvraag had ingediend. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagde en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 23 juli 2010, waarin het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van duidelijke arbeidsbeperkingen op 1 februari 2002.