ECLI:NL:CRVB:2011:BT7129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering bevestigd
Betrokkene viel op 8 maart 2001 uit voor zijn werk als zelfstandig cafetariahouder. Het UWV stelde bij besluit van 18 februari 2003 dat betrokkene vanaf 7 maart 2002 geen recht had op een WAZ-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid. Betrokkene trad in loondienst op 17 oktober 2005 en viel op 12 december 2005 uit. Na een aanvraag voor een WIA-uitkering weigerde het UWV deze per besluit van 28 januari 2008, omdat betrokkene bij aanvang van de verzekering al ongeschikt was voor zijn maatgevende arbeid.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, oordelend dat betrokkene niet volledig arbeidsongeschikt was bij aanvang van de WIA-verzekering. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV een correct medisch en arbeidskundig onderzoek heeft uitgevoerd met gebruik van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS). Uit dit onderzoek bleek dat betrokkene slechts één passende functie had en derhalve terecht als volledig arbeidsongeschikt werd beschouwd.
De Raad stelt dat het theoretische karakter van de CBBS-schatting de juistheid van de gegevens ondersteunt en dat het ontbreken van functies in het functiebestand op 17 oktober 2005 niet doorslaggevend is. Het besluit van 18 oktober 2010, waarbij alsnog een WAZ-uitkering werd toegekend vanaf 7 maart 2002, bevestigt dit oordeel. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene bij aanvang van de WIA-verzekering volledig arbeidsongeschikt was en verklaart het beroep van het UWV ongegrond.