ECLI:NL:CRVB:2011:BT7131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde ziekengelduitkering zonder dringende redenen
Appellant ontving een ziekengelduitkering op basis van een vastgesteld dagloon dat later werd gecorrigeerd, waardoor sprake was van een onverschuldigde betaling van €854,12. Het UWV vorderde dit bedrag terug, wat door appellant werd bestreden met het argument dat hij foutief was voorgelicht en dat terugvordering onaanvaardbare financiële en psychische gevolgen zou hebben.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV op grond van artikel 33 ZW Pro verplicht is tot terugvordering, tenzij dringende redenen aanwezig zijn. De rechtbank vond geen dringende redenen, mede omdat appellant geen medische onderbouwing leverde voor zijn psychische klachten en de terugvordering was opgeschort vanwege zijn nihil aflossingscapaciteit.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze overwegingen. De Raad stelde vast dat het UWV terecht terugvordert en dat de door appellant aangevoerde omstandigheden niet voldoen aan de strenge criteria voor dringende redenen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaalde ziekengelduitkering wegens het ontbreken van dringende redenen.