ECLI:NL:CRVB:2011:BT7202
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoek voorlopige voorziening wegens niet tijdig betalen griffierecht
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam en verzocht om een voorlopige voorziening bij de Centrale Raad van Beroep. De gemachtigde van verzoeker werd meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting om het griffierecht van €112 binnen veertien dagen na dagtekening te voldoen.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet voldaan, noch per kas, noch per bank, vóór de geplande behandeling van het verzoek. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het verzoek om een voorlopige voorziening daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 4 oktober 2011 door voorzieningenrechter O.L.H.W.I. Korte.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.